
Een vreemde nieuwe wereld (1)
Een vreemde nieuwe wereld, dat is de titel van het nieuwste boek van Carl. R. Trueman, hoogleraar bijbel en godsdienstwetenschappen in Amerika. Hij wil met dit boek mensen een hart onder de riem steken, die moeite hebben met de vele veranderingen in de maatschappij.
In de introductie lezen we dat “de mens zichzelf eeuwenlang zag als een schepsel van God.” In mijn woorden betekent dat, dat de mens probeerde de waarheid te zoeken en dat hij er daarbij vanuit ging, dat het niet alleen om dit leven gaat. Het boek gaat erop in, dat dit inmiddels niet meer zo is. Het heeft plaats gemaakt voor een volkomen gerichtheid op “het eigen ik” met alle daarbij komende gevoelens.
Deze gerichtheid op het “eigen ik” vinden we terug in alle aspecten van ons westerse leven en natuurlijk heeft dit ook heel veel invloed op ons geloof in God. De transgenderideologie laat bij dit alles steeds dwingender haar stem horen en brengt bij dit alles natuurlijk veel extra verwarring. Wat is er allemaal aan de hand? Hoe kunnen christenen nog blijven vasthouden aan de Bijbelse waarden die voor hen belangrijk zijn, zonder anderen te verketteren? Met die vragen in gedachten heeft Trueman dit boek is geschreven.
Aan alles twijfelen
De schrijver begint bij de invloed die grote stromingen gehad hebben in de maatschappij. Heel veel invloed gehad daarbij heeft de filosofie van de Franse filosoof Descartes (1596 – 1650). Hij stelde zich ten doel om “aan alles te twijfelen”. Zijn enige houvast zag hij in zijn denken: “ik denk, dus ik ben”. Dit was dan ook een belangrijke uitspraak bij Descartes. Het menselijke brein zag hij als het centrum van alles. De filosoof Jean Jacques Rousseau (1712-1778) deed er nog een schepje bovenop. Hij stelde, dat de maatschappij met zijn normen en waarden het “zelf” van de mensen aantast en zodoende de mens verhindert om “de authentieke mens” te zijn die hij zou kúnnen zijn.
Volgens de informatie van de schrijver, was Rousseau overigens een eigenzinnige, nare en soms paranoïde man, die alle vijf zijn kinderen kort na hun geboorte naar een weeshuis stuurde (en dus bijna zeker veroordeelde tot een vroege dood) (blz. 36). Dit laat wel een andere kant van hem zien, die nogal schril afsteekt tegen zijn filosofie van “de Romantiek”, zoals die stroming werd genoemd.
Langzamerhand wordt in de samenleving steeds meer het begrip “authenticiteit” centraal gesteld, verheerlijkt en eigenlijk voor allerlei karretjes gespannen. En steeds meer wordt “de zonde” de schuld van de maatschappij. We zien dit gaandeweg ook steeds meer terug in allerlei opvoedingstheorieën en dus - vooral - in het onderwijs. Zo groeide de moderne mythe van het “jezelf zijn” die de westerse verbeelding tegenwoordig beheerst. Want latere filosofen hebben hier nog een schepje bovenop gedaan. We kunnen denken aan Marx die het heil verwachtte van een verandering van de maatschappij, waarbij godsdienst een teken was van intellectuele zwakte en een middel tot sociale onderdrukking.
Eigen meesters
“Als er geen god is, dan zijn wij onze eigen meesters”, zo claimde de filosoof Nietzsche vervolgens. En dat heeft nogal wat consequenties. Daar wil ik graag een volgende keer wat uitgebreider op ingaan. En vooral ook op wat Carl Trueman daar vanuit het christendom meent tegenover te kunnen stellen.
Nelleke Berntsen uit Leeuwarden is redactielid van Geandewei