
Ver-van-mijn-bed-show
Drie keer per week doe ik (Letty) huisartsenspreekuur bij Oekraïense vluchtelingen. De culturele verschillen zijn groot. Patiënten komen continu onaangekondigd binnen. Ze zijn vaak dwingend en eisen scans, onderzoeken en medicijnen en verwachten dat als ze veel geld of cadeaus geven, ze krijgen wat ze willen. Mijn spreekuur loopt nooit zoals gepland.
Vandaag zit ze voor me. Het spreekuur is voorbij, maar zij meldde zich nog bij de assistente. Of ik haar toch nog kan zien. Een 67-jarige vrouw, net uit Italië aangekomen in Fryslân. Met oorpijn. Zware pijnstillers en antibiotica heeft ze al genomen.
Ze spreekt aan een stuk Russisch en Google Translate draait overuren. Ik moet mijn lachen inhouden als ik denk te herkennen dat de vertaalapp weer eens de gesproken woorden verdraait en verkeerd vertaalt: er verschijnt een verhaal over een afgesneden oor. Ik praat eroverheen. Het is al laat, ik wil naar huis en ben murw van mijn volle spreekuur vol taalbarrières.
Dan pakt ze weer haar telefoon en spreekt bijna hetzelfde verhaal in de app. Ze vertelt: ze woonde in Odessa, was ingenieur in een fabriek. Ze is daar vier uren gemarteld, haar tanden zijn eruit geslagen, een stuk van haar oor is afgesneden en ze heeft meerdere steekwonden in haar borst. Daarom is ze gevlucht. Eerst naar Italië en nu naar hier.
Ik kijk haar aan, herken nu de littekens op haar lichaam en ik ben stil. Ik antwoord via de app: 'Tjonge, mensen zijn rare wezens'. Ze antwoordt: 'Tja, dat is een understatement' en ze lacht naar me met haar tandeloze mond. Haar ogen lachen niet mee.
Toen de oorlog begon, raakte het ons diep. Nu is het ver-van-ons-bed geworden. Maar verhalen zijn er nog steeds. Verhalen openen onze ogen. Mijn man, André, deelt via zijn Podcast Bieb geloofsverhalen die ons raken. Verhalen die gehoord moeten worden, soms luchtig, soms serieus, zoals het verhaal van Ruth de Jong. Zij is fotograaf en verzamelt aan het front in Oekraïne de verhalen uit de eerste hand, om te delen wat niet vergeten mag worden. Niet ver-van-ons-bed, maar recht in ons hart.