
Woordraadsel
Sta ik opeens oog in oog met een fossiel skelet van een dinosaurus: de T-Rex in Naturalis in Leiden. Wat een monsterlijk gedrocht met een enorme omvang en tanden als slagersmessen. Daar was hij goed in: prooien verscheuren...
Ik probeer mij die tijd voor te stellen. Een woeste aarde, nog zonder mensen en goden. Eten of gegeten worden was het parool. Het recht van de sterkste gold, of van de best aangepaste. Zo is deze wereld dus begonnen: met geweld en doodslag.
Pas heel laat, na honderden miljoenen jaren, kwamen er mensen op aarde. En hun goden. Ook bij de mens gold het recht van de sterkste. En ook bij zijn goden. Goden waren immers mensen in het kwadraat. Zij eisten mensenoffers en onvoorwaardelijke aanbidding.
Wat raadselachtig is het dan dat er op een bepaald moment in de mensengeschiedenis een godenstem klinkt die vraagt om gerechtigheid voor de zwakken, de kleinen, de armen. Waar kwam die ‘Woordgod’ vandaan met zijn ‘tegennatuurlijke’ boodschap? In een wereld van moord en doodslag klinkt er opeens een woord over vergeving, mededogen, bescherming. Die T-Rex was al uitgestorven toen de mens op het toneel verscheen. Maar hij zou met die boodschap wel raad hebben geweten...
Ik heb geen antwoord op mijn eigen vragen. Mij rest slechts verwondering over het Woord van een totaal andere natuur. Volgens mij wel de énige weg voor de mens om te overleven. Hij staat zijn soortgenoten naar het leven óf hij trekt zich het lot van zijn soortgenoten aan. Hij bewerkt de ondergang van zijn soort óf hij bewerkt een wereld van mededogen en medemenselijkheid. Vijand of naaste van de ander. En dus van zichzelf.
Genesis vertelt dat de aarde woest en ledig was. Als wij dat nou eens achter ons laten en gaan streven naar een bewoonbare/leefbare wereld voor iedereen. Dan maken wij dat Woord werkelijkheid. Dat geheimzinnige Woord dat onder ons wil wonen. Die Vreemdeling in ons midden.