
Het hoogste lied (1)
Wij kunnen niet zo goed uit de voeten met het Bijbelboek Hooglied: bij het lezen wordt dit boek vaak overgeslagen en het staat niet op het preekrooster, want eigenlijk past het - wat ons betreft - niet in de Bijbel. Toch is het met dit boek, net als met een aantal andere boeken en verhalen, maar goed dat niet wij uitmaken wat wel of juist niet in de Bijbel past. Nu en in een volgend nummer wordt daarom een lied besproken dat leunt op een gedeelte uit Hooglied.
In 2010 verscheen de liedbundel Psaalms & Gezangen met 150 in het Gronings vertaalde Psalmen, samen met ongeveer 350 Gezangen. Vaak zijn dat vertaalde Gezangen, maar in de bundel zijn ook een aantal gloednieuwe opgenomen, Gezangen dus die niet staan in het nu veelgebruikte Liedboek. Zingen en bidden in huis en kerk of de voorganger uit 1973.
Eén van die nieuwe Gezangen, nr. 27, volgt hoofdstuk 7 van Hooglied. Deze nieuwe tekst is geschreven door Henk Baas (1930).
Wichtje van shalom
Het hele Bijbelboek Hooglied, zeker hoofdstuk 7 waar Gezang 27 op steunt, zit dichtbij bekende musicals rond verliefde jongens en meisjes zoals West Side Story en ook hier wordt gezongen en gedanst.
Gezang 27 begint met een spreekstem die zegt: “Draai die om, draai die om, wichtje van shalom.” Daarna volgen 4 coupletten die gezongen worden door de jongen, na de spreekstem vervolgt het Gezang dus met muziek en beweging.
Het 2e couplet begint zo; hoor maar:
“Wat sweefstoe mooi op schountjes rond,
van hoog komòf konstoe wel wezen!”
Direct na het rondzweven, het dansen, bezingt dit couplet het lichaam van het meisje zoals de schrijver van Hooglied dat deed. De tekstdichter van Gezang 27 volgt die Bijbeltekst. Zo begint het 3e couplet:
“Dien baaide bòrsten, ain gehail,
as twijling oet gezel geboren,
dien slanke haals, liekop as toren,
dien ogen vievers van flewail.”
Vol van verlangen
Op die manier gaat Gezang 27 nog een aantal coupletten verder want ook het meisje bezingt de jongen. In totaal heeft dit Gezang na de spreekstem zeven coupletten vol mooie woorden over liefde, over verlangen naar lichaam en geest. Juist dat verlangen naar lichamelijke liefde in het hele Bijbelboek en dus ook in Gezang 27, maakt het misschien lastig: wij hoeven daar niet zo nodig een Bijbelboek en dus ook geen Gezang over.
Of toch wel?
In musicals zoals West Side Story draait het om een jongen en een meisje die verliefd op elkaar worden en over alles wat daarna komt. In zo’n musical wordt een nieuw paar, een nieuw koppel gevormd, met alles wat daarbij hoort: warmte en liefde, maar ook onbegrip en ruzie. Eigenlijk net als bij het allereerste paar, net als bij Adam en Eva. Hooglied en dus ook Gezang 27 verwijst geregeld naar dit paar: het is een spiegel, een echo van het begin; van de eerste man en de eerste vrouw en wellicht, van zoveel meer.
Een nieuw koppel
De eerste mensen, Adam en Eva, zijn volgens het verhaal beiden door de Schepper zelf gemaakt, een volmaakt paar dus, een sieraad in de hof van Eden. In Bijbelse taal staat het er zo: “Beiden waren ze naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze schaamden zich niet voor elkaar.” Maar na het eten van de verboden vrucht meldt het verhaal: “Toen gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren.” En het antwoord dat Adam kan bedenken als hij Gods stem hoort is: “Ik (...) werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik mij.”
De eerste mens, door de Schepper zelf gemaakt - volmaakt - kan blijkbaar geen ander antwoord bedenken.
Gelukkig is in Gezang 27 alles totaal anders geworden: daar worden beelden geschilderd die horen bij de Hof van Eden: lelies, een palmboom, druiventrossen, appels en wat niet al. En vooral, daar is de oude schaamte voor het lichaam ver weg, daar durven de jongen en het meisje elkaar onder ogen te komen. Graag zelfs. In Gezang 27 is het paradijs weer heel dichtbij.