
De invloed van Bogerman
Het is dit jaar 450 jaar geleden dat de bekende gereformeerde theoloog Johannes Bogerman werd geboren in Upleward in de Noord-Duitse regio Krummhörn. Zijn invloed op de protestantse kerken in Nederland zou enorm worden.
De jonge Johannes verhuisde na vier jaar naar het Friese Bolsward, waar zijn vader - die als pastoor het katholicisme had afgezworen - predikant was geworden. In deze stad bracht Johannes een deel van zijn jeugd door en ging hij naar de Latijnse school. Daarna bezocht hij de Universiteit van Franeker, waar hij onder meer de klassieke talen, filosofie, Hebreeuws en Grieks studeerde. Later studeerde hij nog in Heidelberg, Genève, Oxford en Cambridge.
Theologisch ambt
Als 23-jarige aanvaardde hij het predikantenambt in Sneek. Hij verruilde deze plaats voor Enkhuizen, maar vertrok een jaar later weer naar het heitelân om dertig jaar lang predikant in Leeuwarden te zijn, namelijk van 1604 tot 1634. Daar voelde hij zich Fries onder de Friezen. Hoewel hij zeer geleerd was, heeft hij niet veel theologische werken nagelaten. Bijna aan het eind van zijn leven, in 1636, werd hij nog benoemd als hoogleraar theologie aan de Universiteit van Franeker. Hij was getrouwd met Grietje Piers, maar heeft geen kinderen nagelaten.
Bogermans kwaliteiten lagen vooral op het gebied van theologie, academisch vertaalwerk en kerkrecht. Dat laatste kwam hem goed van pas toen hij als afgevaardigde van de provincie Friesland naar de Synode van Dordrecht (1618-1619) werd gestuurd. Hij werd gekozen als voorzitter van deze nationale kerkvergadering.
Dordtse Synode
De kerkvergadering duurde - in zittingen met tussenpozen - bijna twee jaar. Een van de belangrijkste vraagstukken waar voorzitter Bogerman zich voor geplaatst zag was de controverse tussen remonstranten en contra-remonstranten. Die draaide - kort gezegd - om de vraag of God alles in een mensenleven heeft voorbestemd ('de predestinatieleer'), of dat de gelovige een vrije keus heeft. Het eerste standpunt werd uitgedragen door Arminius, de naam die de in Oudewater geboren Jacob Hermanszoon als theoloog had aangenomen. Hij stuurde met zijn aanhangers een verweerschrift - een 'remonstrantie' - naar de synode.
Daar stonden de remonstranten tegenover ('contra') degenen die vasthielden aan de calvinistische leer, onder andere verwoord door Franciscus Gomarus, die stelde dat alleen God bepaalt of een mens verlost zou worden of niet. Gomarus was de overtuiging toegedaan dat God alles bepaalde en de mens geen invloed op Zijn besluiten kon uitoefenen. Dat ontsloeg de mens overigens niet van de verantwoordelijkheid voor zijn eigen daden. Stadhouder Prins Maurits vond dat de Republiek één geloof diende te hebben. Hij koos de kant van de contraremonstranten. Die beslissing betekende dat de aanhangers van de remonstrantse richting verjaagd werden. Bogerman stuurde ze letterlijk de synodevergadering uit en remonstrantse predikanten werden uit hun ambt gezet.
Bijbelvertaling
Een van de belangrijkste besluiten van de Synode was de opdracht om de gehele bijbel uit het Hebreeuws en Grieks in het Nederlands vertaald te vertalen. Bogerman kreeg een leidende rol bij het maken van deze Statenvertaling. Samen met Wilhelmus Baudartius en Gerson Bucerus werkte hij van 1625 tot 1932 aan de vertaling van het Oude Testament, terwijl drie collega's zich met het Nieuwe Testament bezighielden. Na allerlei revisierondes werd de Statenvertaling op 17 september 1637 aan de Staten-Generaal gepresenteerd. Ruim driehonderd jaar lang was dit dé vertaling die iedere protestant in Nederland las. Bogerman zelf maakte de overhandiging net niet meer mee: hij stierf op 11 september, slechts 61 jaar oud, in Franeker. Hij was gesloopt door zijn drukke werkzaamheden. Een standbeeld voor deze harde werker in Leeuwarden of Franeker zou gepast zijn.